Artikel 2.17 van de Amsterdamse Apv luidt:

Aanbieden van diensten op of aan de weg.

  1. Het is verboden, op of aan de weg op te treden als dienstverlener of zijn diensten als zodanig tegen betaling aan te bieden, voor een werkzaamheid, als:
  2. Het is verboden, op of aan de weg plaatsbewijzen voor een evenement te koop aan te bieden of daartoe in voorraad te hebben, behalve in de daarvoor bestemde en bij het evenement behorende ruimte.
  3. Burgemeester en Wethouders kunnen van het bepaalde in het eerste en tweede lid ontheffing verlenen.

Jansen verdient af en toe wat bij door in Amsterdam de ruiten van voorbijrijdende auto's te wassen. Op zekere dag biedt hij zijn diensten weer aan als de burgemeester toevallig langsloopt. Die geeft een ambtenaar opdracht om Jansen er schriftelijk op te wijzen dat hij hiervoor een ontheffing nodig heeft. Na ontvangst van de brief vraagt Jansen een ontheffing aan om zijn werkzaamheden te verrichten aan de Prins Hendrikkade. De ontheffing wordt hem geweigerd omdat aan de Prins Hendrikkade een stopverbod geldt voor auto's. Dan dient Jansen een aanvraag in om het stopverbod dat geldt voor de prins Hendrikkade op te heffen. Ook dit wordt hem geweigerd.